Wie tegenwoordig door de supermarkt loopt, krijgt bijna de indruk dat de voedingsindustrie massaal een opleiding tot leefstijlcoach heeft gevolgd. Overal staan eiwitrijke repen, vezelrijke ontbijtgranen, drankjes met vitamines en tussendoortjes met minder suiker. Zelfs koekjes lijken inmiddels iets voor onze gezondheid te doen. Je zou bijna vergeten dat het nog steeds koekjes zijn.
De industrie heeft namelijk iets slims geleerd. Zij heeft niet per se geleerd hoe zij gezonder voedsel moet maken, maar wel hoe zij gezondheid moet berekenen. Minder suiker levert punten op en extra eiwit doet dat ook. Wanneer een fabrikant vervolgens wat vezels en vitamines toevoegt en de hoeveelheid verzadigd vet verlaagt, kan er zomaar een gunstige score of mooie claim op de voorkant verschijnen. De ingrediëntenlijst op de achterkant is vaak een stuk minder feestelijk.
Eiwitten, vezels en vitamines zijn natuurlijk belangrijk. Minder suiker kan ook absoluut een verbetering zijn. Voeding is alleen meer dan een optelsom van losse stoffen. Een appel is niet uitsluitend gezond omdat hij fructose, vezels en vitamine C bevat. De natuurlijke structuur bepaalt ook hoe je hem eet, hoe snel je hem verteert en hoe verzadigd je ervan raakt. Wanneer ongeveer dezelfde bestanddelen in een drankje worden gestopt, krijgt je lichaam een heel andere opdracht.
Tijdens mijn studie levensmiddelentechnologie leerde ik hoe je voeding kunt ontleden tot meetbare componenten. Dat is nuttig, maar deze manier van kijken heeft ook een blinde vlek gecreëerd. Dat wat eenvoudig meetbaar is, krijgt vanzelf de meeste aandacht. Ondertussen verdwijnen de structuur van het voedsel, de mate van bewerking en het effect op ons eetgedrag gemakkelijk naar de achtergrond. Een fabrikant kan een product daardoor verbeteren voor het beoordelingsmodel, zonder dat het werkelijk volwaardige voeding wordt. Het lijkt op een leerling die precies leert wat hij voor het examen moet kennen, zonder iets van de les te hebben begrepen.
Nutri-Score is voor mij het duidelijkste voorbeeld van hoe het misgaat wanneer we gezondheid in een rekensom proberen te vangen. Het systeem beoordeelt enkele meetbare onderdelen, maar mist een groot deel van wat voeding werkelijk met ons doet. Fabrikanten kunnen hun receptuur aanpassen om een gunstigere letter te krijgen, terwijl het product sterk bewerkt blijft. Zo kan een industrieel product zich met een groene score als gezonde keuze presenteren, terwijl normale voeding zonder verpakking nauwelijks aan deze rekenwedstrijd meedoet. Nutri-Score helpt ons daardoor niet om beter naar voeding te kijken. Het leert de industrie vooral hoe zij beter kan scoren.
Misschien moeten we daarom minder vaak vragen welk gezond ingrediënt aan een product is toegevoegd. Het is interessanter om te kijken naar wat er tijdens de productie verloren is gegaan en waarom het product überhaupt een gezondheidsclaim nodig heeft. Broccoli hoeft niet te vertellen dat hij rijk is aan vezels. Een ei hoeft niet met grote letters te roepen dat het eiwitten bevat. Echte voeding is vaak opvallend slecht in marketing.
De voedingswaardetabel liegt meestal niet, maar vertelt ook niet het hele verhaal. De industrie heeft vooral geleerd om precies dat deel te verbeteren dat wij hebben besloten te meten. Daarmee heeft zij niet automatisch geleerd om gezonder voedsel te maken, maar vooral geleerd om gezond te rekenen. Daar wordt niemand echt gezonder van.
Bron : Ralph Moorman - Hormoonfactor